top of page

De illusie van heling: waarom je nooit ‘stuk’ bent geweest.

Het was zondagmiddag en ik stelde Chatgpt de vraag: '' waarom heet het eigenlijk helen/ heling, alsof ik niet heel ben?


In de wereld van persoonlijke groei en coaching strooien we met het woord ‘heling’. We praten over het helen van wonden en het verwerken van het verleden. Maar de laatste tijd resoneert dat woord steeds minder bij mij. Het suggereert namelijk iets wat fundamenteel niet klopt: het suggereert dat we niet heel zijn. Dat we een defect product zijn dat gerepareerd moet worden.

Ik weet dat je je leven lang niet bent uitgeleerd, of zoals mijn vader zei: "Als alle vingers nog niet even lang zijn, dan ben je nog niet uitgeleerd." En ik heb die boodschap misschien wel iets té serieus genomen. Ik heb veel therapie, innerlijk werk, opleidingen en cursussen gedaan... Na jaren van graven, analyseren, reflecteren en hard werken aan mezelf, kwam de vraag: wanneer ben ik dan eindelijk 'klaar'? Zal ik ooit 'heler' zijn dan ik nu ben?

Het constante 'harde werken' aan mezelf is een overlevingsmechanisme op zich geworden. Het overanalyseren, het eindeloze reflecteren, het te veel bij mezelf zoeken en het niet weten waar een grens begint en het begrip voor de ander eindigt... het is uitputtend. Het is een manier om de controle te houden, in de hoop dat als ik het maar goed genoeg begrijp, de pijn eindelijk stopt. Maar wat als we het woord heling eens zouden vervangen door bijvoorbeeld 'herinneren'?

Waar de blauwdruk ontstond

Soms kun je de oorsprong van je patronen terugbrengen naar momenten waarop de wereld simpelweg te groot en te onveilig voelde voor je kleine systeem. Voor mij was zo’n moment een ziekenhuisbed op 7-jarige leeftijd. In die tijd was het niet zoals nu; ouders bleven niet slapen. De meeste aandacht kreeg je van de zusters. De wereld van de volwassenen ging door; thuis was het druk met het dagelijks leven en de zorg voor de rest van het gezin.

Daar, in die steriele stilte, werd een belangrijke laag van mijn hechting gevormd. Als kind leer je razendsnel een overlevingsstrategie aan: als er niemand is om mij vast te houden, moet ik mezelf vasthouden. Hier werd de kiem gelegd voor mijn hyperonafhankelijkheid. Het is die diepe, onbewuste overtuiging dat je alles alleen moet kunnen en dat om hulp vragen gelijkstaat aan gevaar of teleurstelling.

Dit patroon zette zich voort in mijn jaren als turnster in de topsport. Ik leerde over grenzen heen gaan en overpresteren om gezien te worden, in de hoop dat succes de emotionele leegte zou vullen. Maar de druk was enorm. De nacht voor een wedstrijd bracht ik overgevend door van de spanning, om vervolgens op de wedstrijddag niets klaar te spelen omdat mijn lichaam letterlijk op was van de spanning en angst. Er was niemand die me leerde hoe ik hiermee om moest gaan (er werden wel grapjes gemaakt), ik stond er alleen in, op die dunne evenwichtsbalk van het leven.

Maar die blauwdruk werd niet alleen in het ziekenhuis of in de gymzaal getekend. Al jong was er veel onvoorspelbaarheid, manipulatie en leugens. Dit gaat niet over schuld. Het gaat over de realiteit van een kind dat opgroeide in een omgeving waar de fundamenten van vertrouwen en veiligheid wankel waren.

Je leert dat je je eigen waarneming moet wantrouwen en dat je altijd 'aan' moet staan om de sfeer te scannen om gevaar te voorkomen. Je leert dat je alleen bent in je behoeftes en je diepste pijn. Die hyperonafhankelijkheid lijkt later in het leven op kracht, maar het is eigenlijk een eenzaam pantser; een beschermingsmuur die je omhoog hebt getrokken om nooit meer diezelfde verlating en eenzaamheid van toen te hoeven voelen. Dat besef (dat presteren en analyseren je enige reddingsboeien waren) draag je later onbewust nog steeds mee in elke relatie die je aangaat.

De shift naar acceptatie

Wat ik heb geleerd, is dat we soms zo druk zijn met 'helen' dat we vergeten te accepteren. We analyseren de ander, we analyseren onszelf, we proberen de grens tussen begrip en zelfbehoud te vinden. Maar echte rust ontstaat pas wanneer we stoppen met trekken aan situaties die niet willen bewegen.

Acceptatie betekent in dit proces: erkennen dat de ander misschien nooit de gereedschappen zal hebben om jou werkelijk te zien. Het betekent de 'magische hoop' loslaten dat als jij maar hard genoeg aan jezelf werkt, de ander eindelijk verandert. De echte shift vindt plaats wanneer je stopt met het dragen van andermans emotionele lasten en de verantwoordelijkheid voor hun geluk teruggeeft aan hen. Dat is geen veroordeling, maar een diepe daad van zelfliefde.

De lagen van overleving

Om die vroege onveiligheid te overleven, leggen we onbewust lagen over onszelf heen. We leren te analyseren in plaats van te voelen. We leren de behoeften van anderen te scannen voordat we die van onszelf herkennen. We worden de 'fixer', de begrijper, de coach. Deze lagen zijn niet wie we zijn; het zijn de schilden die ons hebben beschermd toen we nog geen andere uitweg hadden.

Wanneer we later in het leven vastlopen (bijvoorbeeld door een pijnlijke breuk of een confronterend inzicht) voelt het alsof we ‘gebroken’ zijn. Maar de waarheid is: de kern is nog steeds intact. De gouden kern zit nog onder de dikke laag modder van de overleving.

De leegte als bedding

Een breuk in een relatie werkt vaak als een katalysator. Het trekt de pleister van die oude wond van onveiligheid af. Het gevoel van verlating in het nu resoneert met de eenzaamheid van toen. Het is verleidelijk om die leegte direct weer te willen vullen: met nieuwe analyses, met verklaringen, of door hard te werken om alsnog begrepen te worden door de ander.

Maar in die leegte schuilt een kracht. Als we stoppen met het ‘harde werken’ om gezien te worden, blijven we alleen over met onszelf. En daar, in die stilte, ontdek je dat je niet alleen bent. Er is een aanwezigheid die groter is dan je omstandigheden. Sommigen noemen het God, anderen de Bron of het Universum. Het is de plek waar je mag uitrusten van het constante ‘moeten’.

Tools voor nu

Als ademcoach weet ik dat de adem de enige weg is die direct langs het denkende, analyserende brein gaat. Waar praten en reflecteren soms alleen maar meer ruis geven, brengt de adem je direct terug in je lichaam: de plek waar die 7-jarige nog steeds op veiligheid wacht.

Privacy, waarheid en een eigen veilige plek zoals een dagboek waar je ongefilterd mag zijn, zijn essentieel om die innerlijke heelheid weer te voelen. Het zijn de grenzen die je stelt om je eigen waarheid te beschermen in een wereld die soms probeert die waarheid te vervormen.

Oefening voor het zenuwstelsel: Wanneer je merkt dat je in de overlevingsstand schiet (analyseren, scannen, controle zoeken), breng dan je aandacht naar je uitademing. Adem 4 tellen in door je neus, en adem 8 tellen heel zachtjes uit door je mond, alsof je door een rietje blaast. Hiermee geef je je zenuwstelsel het signaal: het is veilig. Je hoeft nu even niets op te lossen.

Je bent al heel

Dus, als je jezelf vandaag betrapt op de gedachte dat je nog ‘zoveel werk te doen hebt’, adem dan een keer diep in. Je bent geen ingewikkeld IKEA-bouwpakket waar stukjes van missen. Je bent eerder een complex stukje maatwerk met een handleiding waar je even voor moet gaan zitten. En de realiteit is: niet iedereen heeft het geduld of de juiste inbussleutel om dat te begrijpen. Maar dat iemand anders de handleiding niet kan lezen, betekent niet dat jij niet klopt.

Je bent een prachtig geheel dat simpelweg de ruimte nodig heeft om weer zichtbaar te worden. De breuk en de pijn zijn niet het bewijs van je gebreken, maar de barsten in je pantser waardoor het licht van je eigen heelheid weer naar buiten kan schijnen. Je hoeft niet meer gefixt te worden om aan de eisen van een ander te voldoen.

Misschien was het in die diepste kern vroeger niet veilig, maar vandaag mag je ontdekken dat jij de veilige haven bent waar je altijd naar hebt gezocht. Je hoeft alleen maar thuis te komen bij jezelf. Want daar, in het nu, ben je eindelijk veilig.


 
 
 

Opmerkingen


Post: Blog2_Post
bottom of page